Deze industrie ontstond bij toeval. De rotanindustrie ontstaat omstreeks 1825 wanneer een werkloze Duitse veenarbeider in de kost is bij een familie die men "De Pieren" noemt. Deze Duitser kan mandjes vlechten van in het wild groeiende wilgentenen. Hij leert De Pieren wilgenmandjes maken. De verkoop van deze mandjes leverde geld op. Al snel kijken anderen hun de kunst af.
In 1860 houden al zo'n tweehonderd gezinnen zich bezig met deze huisindustrie naast de al bestaande fabricage van heideboenders en bezems. Het is later in de 18e eeuw als ds. Hendrik Edema van der Tuuk het idee krijgt om in deze omgeving rieten stoelen te gaan maken. Hij krijgt dat idee in Amsterdam als hij voor een winkel staat waar uit Duitsland geïmporteerde stoelen worden verkocht. De materialen zijn hier voorhanden, ook werkkrachten zijn er in overvloed. Hij zoekt in Duitsland een leermeester die samen met zijn knecht naar Nederland komt. Zij leren in 1873 een aantal mandenmakers stoelenvlechten.
Met vallen en opstaan ontstaat zo de stoelenindustrie. Kleine ondernemingen met drie tot acht man personeel komen van de grond. Ook wordt er nog veel door "huisvlijt" gemaakt. Aan het einde van de 19e eeuw worden er in en rond Noordwolde zo'n 200.000 stoelen per jaar gemaakt. Om de kwaliteit te verbeteren wordt er in 1908 op initiatief van de toenmalige dokter Mulder en ds. Reitsma in het voormalige armhuis de Rietvlechtschool begonnen. In 1911 werd voor dit doel de Rietvlechtschool gebouwd aan de Hooftstraat Oost in Noordwolde. Door dit onderricht gaat de kwaliteit van de stoelenmakers omhoog. Er ontstaan grotere bedrijven, de stoelenindustrie is in deze omgeving een werkgever van formaat. Later in de 20e eeuw zal de productie dalen mede door het importeren van manoumeubelen uit lage lonen landen.
bron home.planet.nl/~gijss025/Geschiedenis.htm