 |  | | | | | | | | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 8 2013 14:14 | Vanaf ca. 1840 heeft ruim 90 jaar een familie Gorissen van vader op zoon aan de Rokkeveenseweg gewoond. Zij waren knecht bij boer van Alphen en woonden in de arbeidershuisjes naast de boerderij. Deze boerderij heeft inmiddels plaats moeten maken voor de uitbreidingen van Zoetermeer. From roughly 1840 has more than 90 years a family Gorissen from father to son to Rokkeveenseweg lived. They were servant farmer van Alphen and lived in the next farm laborers. This farm has now given way to the expansion of Zoetermeer. Passant d'environ 1840 a plus de 90 ans un Gorissen familiale de père en fils à Rokkeveenseweg vécu. Ils étaient serviteur agriculteur van Alphen et vivaient dans les prochaines ouvriers agricoles. Cette ferme a maintenant cédé la place à l'expansion de Zoetermeer. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 8 2013 14:11 | Leendert Gorissen, geboren in 1820 in Pijnacker is een buiten-echtelijke zoon van Elisabeth Goris. Het verhaal gaat dat de vader van Leendert een adellijk persoon (graaf?) is geweest, vermoedelijk uit België. Maar tot op heden heeft nog niemand een tipje van de sluier op kunnen lichten. Wel weten we inmiddels dat Zegert de Wit, de man van Elisabeth, in 1817 is veroordeeld voor veediefstal en dat hij pas in april 1822 weer een geboorte van kind van hem en Elisabeth komt aangeven. Dus ten tijde van de geboorte van Leendert was hij langdurig van huis. Pieter Gorissen, geboren in 1826 in Nootdorp als zoon van de ongehuwde Jannigje Goris (zus van Elisabeth). Deze stamvaders zonder tot nu toe onbekende vader hebben elk een groot aantal nakomelingen voorgebracht. Leendert Gorissen, born in 1820 in Pijnacker is an outer illegitimate son of Elisabeth Goris. The story goes that the father of Leendert a noble person (Count?) Has been, probably from Belgium. But until now, no one has a corner of the veil can lights. Well, we know that the White Zegert, the husband of Elizabeth, in 1817 was convicted veediefstal and that it was only in April 1822 another birth of his child and Elisabeth will indicate. So at the time of the birth of Leendert he was prolonged from home. Pieter Gorissen, born in 1826 in Nootdorp son of the unmarried Jannigje Goris (sister of Elizabeth). These progenitors without hitherto unknown father each have a large number of descendants charged.  Leendert Gorissen, né en 1820 à Pijnacker est un fils illégitime de Elisabeth externe Goris. L'histoire raconte que le père de Leendert une personne noble (comte?) A été, sans doute à partir de la Belgique. Mais jusqu'à présent, personne n'a un coin du voile peut lumières. Eh bien, nous savons que la Zegert blanc, le mari d'Elizabeth, en 1817, a été condamné veediefstal et que ce n'est qu'en Avril 1822 une autre naissance de son enfant et Elisabeth indiquera. Ainsi, au moment de la naissance de Leendert il a été prolongée de la maison. Pieter Gorissen, né en 1826 à Nootdorp fils de la mariée Goris Jannigje (la soeur d'Elisabeth). Ces progéniteurs sans père inconnu jusque-là ont chacun un grand nombre de descendants chargés. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 7 2013 04:10 | De oudste vermelding over Groede dateert uit het begin van de 12e eeuw. Op dat moment wordt de naam Groede vermeld in een oorkonde van de Gentse Sint-Pietersabdij die in West-Zeeuws-Vlaanderen veel grond bezat. De naam ‘Groede’ is waarschijnlijk afkomstig van ‘grode’, een term die in de middeleeuwen doelde op aangeslibd en begroeid buitendijks land. Heel waarschijnlijk was het aan het begin van de 13de dus nieuw ontgonnen gebied. Ten noorden van Oostburg vormden zich destijds langs de toenmalige kustlijn natuurlijke schorren. Aangezien het eerste Groede waarschijnlijk geen geconcentreerde dorpskern bezat, werd Groede in de parochie van Oostburg ondergebracht. Pas in de 14de eeuw zal er sprake geweest zijn van een echte dorpskern. Zeker is dat er in diezelfde 14de eeuw een ‘Waterschap Groede’ bestond, dat zorg moest dragen voor de lokale waterhuishouding. De kerktoren van de huidige kerk dateert uit de 15de eeuw. De geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen, en dus ook van Groede, is sterk getekend door de vele overstromingen, al dan niet natuurlijk van aard. Terwijl de 13de eeuw in het teken stond van massale inpoldering, is het einde van de 14de eeuw en het begin van de 15de eeuw voornamelijk een periode van overstromingen. De bekendste zijn de Sint-Elisabethsvloed in 1404, 1421 en 1424 en de stormvloed in 1375/1376. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) waren er vele militaire inundaties. Tussen 1583 en 1612 stond Groede blank. Enkel de kerktoren was nog zichtbaar. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een rustpauze in de gevechten, kwam de streek op adem. In Groede begon men al snel met de heropbouw: in 1613 werden dijken gebouwd en nog in datzelfde jaar stond er reeds een nieuwe Waalse kerk. De eerste kerkrekeningen dateren van 1615.  The oldest mention about Groede dates from the early 12th century. At that time the name Groede mentioned in a document of the Ghent Sint-Pieters in West Zeeland lot of land owned. The name 'Groede' is probably derived from 'Gröde', a term used in the Middle Ages was referring to silted and overgrown outside the country. Very likely it was at the beginning of the 13th so newly reclaimed area. North of Oostburg then formed along the former shoreline natural marshes. Since the first Groede probably not concentrated village possessed was Groede in the parish of Oostburg housed. Only in the 14th century, there have been a real village. It is certain that in that same 14th century 'Watership Groede' existed, that care had to wear for the local water. The church tower of the present church dates from the 15th century. The history of Western Zeeland Flanders, and therefore Groede, is strongly marked by the many floods, whether or not natural in nature. While the 13th century was marked by massive land reclamation, is the end of the 14th century and the early 15th century mainly a period of flooding. The best known are the Saint Elisabeth flood in 1404, 1421 and 1424 and the flood in 1375/1376. During the Eighty Years War (1568-1648), there were many military inundations. Between 1583 and 1612 stood Groede blank. Only the church tower was still visible. During the Twelve Years' Truce (1609-1621), a break in the fighting, came to the region to breath. In Groede began quickly to rebuild: in 1613 dikes were built and still in the same year there was already a new Walloon church. The first church accounts dating from 1615.  La plus ancienne mention sur Groede date du début du 12ème siècle. A cette époque, la Groede nom mentionné dans un document de Gand Sint-Pieters de l'Ouest Zeeland beaucoup de terres appartenant. «Groede 'Le nom est probablement dérivé de« Gröde », un terme utilisé au Moyen Age faisait allusion à envasé et envahi l'extérieur du pays. Très probablement, c'était au début du 13e région afin récemment récupéré. Au nord de Oostburg ensuite formé le long des anciens marais du littoral naturelles. Depuis le premier village Groede probablement pas concentré possédait était Groede dans la paroisse de Oostburg logés. Ce n'est que dans le 14ème siècle, il ya eu un véritable village. Il est certain que dans 'Groede Watership' ce même siècle 14ème existé, que les soins devaient porter de l'eau locale. Le clocher de l'église actuelle date du 15ème siècle. L'histoire de l'Ouest Flandre zélandaise, et donc Groede, est fortement marquée par les inondations beaucoup, si oui ou non naturel dans la nature. Alors que le 13ème siècle a été marquée par la remise en état des terres massive, c'est la fin du 14ème siècle et le début du 15ème siècle essentiellement une période d'inondation. Les plus connus sont l'inondation Sainte-Elisabeth en 1404, 1421 et 1424 et les inondations de 1375/1376. Pendant la guerre de quatre-vingts ans (1568-1648), il y avait beaucoup de militaires inondations. Entre 1583 et 1612 était vierge Groede. Seul le clocher de l'église était encore visible. Pendant la trêve de douze ans (1609-1621), une pause dans les combats, est venu dans la région pour respirer. En Groede a commencé à reconstruire rapidement: en 1613, les digues ont été construites et toujours dans la même année, il y avait déjà une église wallonne nouvelle. Les comptes première église datant de 1615. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 7 2013 03:56 | Vrijenban was achtereenvolgens ambachtsheerlijkheid (tot 1795), municipaliteit (1795-1798) en gemeente (1798-1811). Voor kerkbezoek moesten de inwoners naar omliggende plaatsen (Delft, Pijnacker, Nootdorp). De registratie door het ambachts- en gemeentebestuur van (onder-)trouwen en begraven is bewaard bij de doop-, trouw- en begraafboeken van Delft, en ingevoerd in de Digitale Stamboom. Dit betekent dat u geen treffers krijgt, als u gegevens van vóór 1812 zoekt bij de plaats Vrijenban.
In 1812 werd de gemeente opgeheven; het grondgebied werd verdeeld tussen de gemeenten Delft en Pijnacker. In 1818 werd Vrijenban weer een zelfstandige gemeente. Vanaf dat jaar kunt u geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten bij die plaats vinden. Bij een herindeling in 1826 werd al het Hof van Delfts grondgebied ten oosten van de Schie en Delft gevoegd bij Vrijenban; al het Vrijenbans gebied ten westen van de Schie ging tot Hof van Delft behoren (zie de plattegrond). In 1921 werd de gemeente Vrijenban opgeheven; het grondgebied werd verdeeld tussen Delft en Pijnacker.
De registers van de Burgerlijke Stand van Vrijenban zijn compleet vanaf de heroprichting van de gemeente in 1818 tot de opheffing in 1921. Alleen voor de geboorteakten is de wettelijke beperking van de openbaarheid (na 100 jaar) nog van toepassing.  Vrijenban was successively peerage (until 1795), municipality (1795-1798) and municipality (1798-1811). In attendance were the inhabitants to neighboring places (Delft, Pijnacker, Nootdorp). The registration by the craft and municipal authorities (under-) marriages and burials is stored at the baptism, marriage and burial of Delft, and entered into the Digital Pedigree. This means that you get no results, if you have data from before 1812 are looking at the place Vrijenban.
In 1812 the congregation lifted, the territory was divided between the municipalities of Delft and Pijnacker. In 1818 Vrijenban again an independent municipality. From that year you birth, marriage and death certificates to that place. In a reclassification in 1826 became the Court of Delft territory east of the Schie and Delft accompany Vrijenban, all Vrijenbans area west of the Schie went to Hof van Delft belong (see map). In 1921 the municipality Vrijenban lifted; territory was divided between Delft and Pijnacker.
The registers of the Civil Registry of Vrijenban are complete from the re-establishment of the municipality in 1818 until the abolition in 1921. Only for the birth certificates is the legal limitation of the public (after 100 years) still apply. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 7 2013 03:53 | Oorsprong/verklaring : De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd. Waar het wapen vandaan komt is niet duidelijk. De drie kruisjes zouden duiden op een relatie met Strijen. Al voor de bedijking was er sprake van een heerlijkheid ter plaatse. Deze was in bezit van Daniel van de Merwede (een afstammeling van Van Strijen), rond 1200. Zijn afstammelingen noemden zich Van de Lindt en bleven in bezit van de heerlijkheid tot in de 16e eeuw. Het wapen wordt in ieder geval in de loop der 17e en 18e eeuw gevoerd als heerlijkheidswapen. In 1632 stonden er 34 huizen in Groote Lindt. Een eeuw later zijn dat er 52 en een steenplaats, aan de Veersedijk. In 1848 stonden er 84 huizen en telde de bevolking 580 inwoners, verdeeld over 116 gezinnen. Zij behoorden allen tot het Hervormde kerkgenootschap, met uitzondering van vier Afgescheidenen en één Rooms-katholiek. Behalve het dorp Groote Lindt bestond de gemeente tevens uit de buurt Achter-Lindt en wat verstrooid liggende huizen, waaronder de hofstede Develstein aan de Develweg.
Voornamelijk werd hier de vlasteelt beoefend, en in het voorjaar leverde ook de griend- en rietlanden veel werk. Verder werd er veel aan zalm-, steur- en elftvisserij gedaan. De zalm werd gevangen met een net, bijgenaamd "zegen". Mogelijk ontleend aan de wonderlijke zegen die Christus aan de visvangst zijner discipelen schonk. In het jaar 1642 werd met de zegen in één ophaal 48 zalmen gevangen op de eerste worp in de Lek bij Nieuw-Lekkerland. Van 15 april 1610 tot 28 februari 1611 zijn er op de afslag in Dordrecht 8920 zalmen en 81 steuren geweest. In 1626 waren dat 214 steuren. Het geeft een beeld van de bloei van deze visserij in die dagen.
Op 15 mei 1846 acht de gemeenteraad het alleszins wenselijk dat Groote Lindt en Heer-Oudelands-Ambacht worden verenigd. De gemeente Heer-Oudelands-Ambacht kan zelfs door haar geografische ligging gevoeglijk worden verenigd met de gemeenten Groote Lindt, Kleine Lindt, Heerjansdam en Kijfhoek, dan wel met Zwijndrecht, waardoor het evenwicht van de bevolking door combinatie meer gelijkmatig zou zijn, "aangezien de gemeente Zwijndrecht op zich zelve reeds meer zielen telt dan de gemeenten hierboven genoemd te samen gerekend". Een jaar later doet de Provincie het voorstel om Heerjansdam, Groote Lindt, Kleine Lindt, Kijfhoek en Heer-Oudelands-Ambacht te verenigen, maar dit wordt niet aanvaard gezien de meer dan buitengewone armoede in Heerjansdam, Groote Lindt en Kleine Lindt, alsmede de hoogstdrukkende lasten der ingezetenen.
In 1857 vormen Kijfhoek, Heer Oudelands Ambacht en Groote Lindt de gemeente Groote Lindt. Kleine Lindt en Heerjansdam vormen de gemeente Heerjansdam
Op 18 mei 1880 melden B&W van Zwijndrecht dat door de eventuele financiële gevolgen voorlopig wordt afgezien aan Gedeputeerde Staten voor te stellen om de gemeente Groote Lindt te verdelen. Zes weken later, op 7 juni, ontvangt Groote Lindt een schrijven van G.S. dat Zwijndrecht overweegt tot uitbreiding der gemeente en wel door een vereniging met Groote Lindt. Men is benieuwd naar het oordeel van het gemeentebestuur. In augustus wordt een commissie van zeven personen samengesteld om de kwestie te bestuderen. In oktober van dat jaar laat de Provincie weten dat veertien ingezetenen van Heerjansdam en één van Kijfhoek bezwaren maken tegen een eventuele vereniging van Kijfhoek (onderdeel immers van Groote Lindt) met de gemeente Zwijndrecht. Daarentegen is er ook een ingezetene van Kijfhoek die voorstander is van vereniging. Uit een brief van 8 april 1881 van burgemeester de Bruïne blijkt dat het burgemeester Van ´t Hoff van Groote Lindt bekend is dat door de Tweede Kamer een wetsontwerp is aangenomen tot vereniging van beide gemeenten. Inderdaad is per 28 juni de nieuwe gemeente een feit.  Origin / statement: The embankment of the Antwerp worth was put in motion in 1331 by Hendrik van Brederode. He stated that anyone more than 1/16 share of the cost of the new value would account for, this title Ambachtsheer of a portion of the landlord would get. This eight people decided to finance the embankment. They got them all eighth part of the value in fief. These 8 people were: Lord Schobbeland of Zevenbergen, that the area around the current Zwijndrecht obtained, N of the Lindt, to whom the Great and Small Lindt mentioned; Lord Old Country, to whom Lord Oudelands Craft is mentioned; Jan van Roozendaal, who Heerjansdam obtained, and Daniel Arnold Kijfhoek; Claes van Meerdervoort, Adriaan van Sandelingen who Sandelingen Craft obtained and finally Zeger of Kijfhoek, whose son Hendrik Ido manor was. Where the weapon came from is not clear. The three crosses would indicate a relationship with Strijen. Even before the embankment there was a glory spot. This was in possession of Daniel of the Merwede (a descendant of Van Strijen), around 1200. His descendants called themselves The Lindt and remained in possession of the manor until the 16th century. The weapon is at least in the course of the 17th and 18th centuries served as glory weapon. In 1632 there were 34 houses in Groote Lindt. A century later, there are 52 stone and a place to Veersedijk. In 1848 there were 84 houses and 580 inhabitants, the population spread over 116 families. They all belonged to the Reformed church, with the exception of four Secessionists and a Roman Catholic. Besides the village Groote Lindt was also the church away Behind-Lindt and what lying scattered houses, including the homestead Develstein to Develweg.
Here was mainly flax cultivation practiced, and in the spring also provided the willow and reed much work. Furthermore, there was a lot of salmon, sturgeon and shad fishing done. The salmon was caught with a net, nicknamed "blessing". Possibly derived from the wonderful blessing that Christ gave his disciples fishing. In the year 1642, with the blessing in a retrieval 48 salmon caught on the first pitch in the Lek in New Lekkerland. From April 15, 1610 tot 28 February 1611 are on the exit Dordrecht 8920 salmon and 81 sturgeons been. In 1626 it had 214 sturgeons. It gives a picture of the bloom of this fishery in those days.
On 15 May 1846 the council considers the highly desirable that Groote Lindt and Lord-Oudelands-Craft are united. The municipality Lord-Oudelands-Craft even by its geographical location is reasonably be reconciled with the municipalities Groote Lindt, Small Lindt, Heerjansdam and Kijfhoek, or with Zwijndrecht, making the balance of the population by combining more evenly would be, "since the municipality of Zwijndrecht in itself already employs more souls than the municipalities mentioned above together counted ". A year later, the province's proposal to Heerjansdam, Groote Lindt, Small Lindt, Kijfhoek and Lord-Oudelands-Craft to unite, but this is not accepted, given the more than extraordinary poverty Heerjansdam, Groote Lindt and Small Lindt and the most oppressive burdens of residents.
In 1857 forms Kijfhoek, Lord Oudelands Craft and Groote Lindt the municipality Groote Lindt. Small Lindt and Heerjansdam form the municipality Heerjansdam
On May 18, 1880 Report B & W Zwijndrecht that the possible financial consequences provisionally waived to the Provincial Executive to propose to the congregation Groote Lindt distribute. Six weeks later, on June 7, Groote Lindt receives a letter from GS that Zwijndrecht contemplating expansion of the church is made by a union with Groote Lindt. It is curious, in the opinion of the council. In August, a committee of seven persons assembled to examine the matter. In October of that year the province know that fourteen residents Heerjansdam and one of Kijfhoek object to any association of Kijfhoek (part because of Groote Lindt) with the municipality Zwijndrecht. However, there is also a resident of that Kijfhoek favor of association. From a letter dated 8 April 1881 the mayor Bruïne shows that the Mayor Van 't Hoff of Groote Lindt known by the House a bill is adopted to union of the two municipalities. Indeed, on 28 June the new church a reality | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 7 2013 03:49 | Het omwalde dorp Retranchement is een overblijfsel van een veel groter geheel van versterkingen dat bedoeld was om de Staatse oever van het Zwin te beschermen. In 1604 werd er door Prins Maurits een bescheiden versterking aangelegd waar slechts enkele soldaten met hun gezinnen woonden. Dit geheel bestond uit het Retranchement Cadsandria met Fort Oranje in het noorden en Fort Nassau in het zuiden, die op 1 km afstand van elkaar waren gelegen en omstreeks 1621 werden gebouwd. Tussen 1630 en 1640 werd de omwalling met drie bastions aangelegd die het dorp Retranchement ook tegenwoordig nog omsluit en zich tussen beide forten in bevindt. Vroeger waren er aan de landzijde twee poorten: de Zandpoort en de Slijkpoort. Deze zijn volledig verdwenen. In 1643 kwam daar nog de redoute Berchem bij, die op de westelijke punt van de Bewesten Terhofstedepolder werd gebouwd, ongeveer 1 km ten zuiden van het huidige dorp. Deze redoute werd maar enkele tientallen jaren benut, maar in 1784 werd deze weer voor korte tijd in gebruik genomen. Bij de stormvloed van 1682 zakte een deel van het Fort Oranje weg in het Zwin en men heeft daarop een dam aangelegd om de verdedigingswerken tussen beide forten tegen de zee te beschermen. Uit deze Boerendam, de huidige Molenstraat, ontwikkelde zich het huidige dorp. Tot 1970 was Retranchement een zelfstandige gemeente. In dat jaar werd het bij de gemeente Sluis gevoegd. Van 1995-2003 behoorde het bij Sluis-Aardenburg, daarna bij Sluis.  The walled village Retranchement is a remnant of a much larger system of fortifications designed to build the States shore of the Zwin protection. In 1604 there was a modest gain by Prince Maurits constructed where only a few soldiers and their families lived. This assembly consisted Retranchement Cadsandria with Fort Orange in the north and Fort Nassau in the south, which is 1 km away from each other and located around 1621 were built. Between 1630 and 1640, the wall with three bastions built by the village Retranchement even today surrounds and located between the two forts located. Previously, on the landward side two gates: the gate Zandpoort and mud. These are completely gone. In 1643, there was also the redoubt at Berchem, on the western edge of the West of Terhofstedepolder was built, about 1 km south of the present village. This redoubt was only a few decades utilized, but in 1784 it was again for a short time in use. In the flood of 1682 dropped one part of the Fort Orange road in the Zwin and they subsequently a dam built to the defenses between the two forts to protect against the sea. From this Boerendam, the current Molenstraat, developed the present village. Until 1970 Retranchement an independent municipality. In that year it was annexed to the municipality of Sluis. From 1995-2003 it belonged to Sluis-Aardenburg, then at Sluis. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Mar 2 2012 12:28 | Congenitale sferocytose is een congenitale vorm van bloedarmoede. Het erft autosomaal dominant over. Door de hemolyse in de milt varieert de intensiteit van de bloedarmoede met het gevolg dat iemand last kan hebben van vermoeidheid, bleekheid en geelzucht. Chronische symptomen zijn bloedarmoede en een vergroting van de milt doordat deze actiever is dan bij mensen zonder deze aandoening. Bij enkele mensen kan de milt continu van omvang veranderen. Ook kan door de verhoogde afbraak van de rode bloedcellen een ophoping van de bilirubine plaatsvinden in de galblaas waardoor er een kans bestaat op galstenen. Wanneer iemand een infectie heeft of ziek is, is het mogelijk dat er meer rode bloedcellen worden afgebroken waardoor symptomen acuut kunnen optreden. 
Congenital spherocytosis is a congenital form of anemia. It inherits autosomal dominant. Due to the hemolysis in the spleen varies the intensity of the anemia, with the result that a person may suffer from fatigue, paleness, and jaundice. Anemia and chronic symptoms are an enlargement of the spleen in that it is more active than in those without the condition. For some people, the spleen size of continuous change. Also, due to the increased destruction of red blood cells, an accumulation of the bilirubin carried out in the gall bladder so that there is a risk of gallstones. When someone is sick or has an infection, it is possible that more red blood cells are broken down so acute symptoms may occur. 
Sphérocytose congénitale est une forme congénitale de l'anémie. Il hérite de transmission autosomique dominante. En raison de l'hémolyse dans la rate varie l'intensité de l'anémie, de sorte qu'une personne peut souffrir de la fatigue, la pâleur et ictère. Anémie et les symptômes chroniques sont une hypertrophie de la rate en ce qu'elle est plus active que chez ceux sans condition. Pour certaines personnes, la taille de la rate d'un changement continu. En outre, en raison de la destruction augmentée de globules rouges, une accumulation de la bilirubine réalisée dans la vésicule biliaire pour qu'il y ait un risque de calculs biliaires. Quand quelqu'un est malade ou souffre d'une infection, il est possible que plus de globules rouges se décomposent ainsi les symptômes aigus peuvent survenir. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Mar 2 2012 04:57 | Op het arbeidershofsteedje, vroeger bewoond door Jacob Hermenet, is omstreeks 1901 een nieuwe timmer gebouwd door Eduardus Joannes Pieters en Rosalia Roeland, die er op hebben gewoond tot 1910, toen zij zijn opgevolgd door hun zoon Jacobus Bernardus Pietersen Emelia Maria van den Bussche, in wier plaats in 1920 van Den Hoek zijn gekomen Jozias de Jonge en Magdalena Keukelaar. 
On the arbeidershofsteedje, formerly inhabited by Jacob Hermenet is around 1901 new carpentry Eduardus built by John Peter and Rosalia Roeland, who lived on until 1910, when they were succeeded by their son Jacobus Bernardus Pietersen Emelia Maria van den Bussche, in whose place in 1920 in Den Hoek came Josias Young and Magdalene Keukelaar. 
Sur le arbeidershofsteedje, autrefois habitée par Jacob Hermenet est d'environ 1901 Eduardus menuiserie neuves construites par Jean-Pierre et Rosalia Roeland, qui a vécu jusqu'en 1910, quand ils ont été succédé par son fils Jacobus Bernardus Pietersen Emelia Maria van den Bussche, en dont la place en 1920 à Den Hoek est venu Josias Young et Magdalene Keukelaar. | |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 29 2012 19:30 | HEDEN den 24 Juli 1869; Heb ik ondergeteekende WILLEM ZOELLER, Deurwaarder bij de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg, wonende aldaar, als zoodanig aangifte voor patent gedaan hebbende; Ten verzoeke van IZAAK BAAS, Arbeider, wonende te Groede, bij geregistreerde beschikking der Arrondissements-Rechtbank te Middelburg, van den 21™ Juni 1869, toegelaten om in deze kosteloos geding te voeren. Ten deze verkiezing van woonplaats doende te Middelburg, ten Kantore van den Heer HUBERTUS REKKER, Procureur bij evengemelde Rechtbank, wonende te Middelburg in de Boogaardstraat, wijk D n°. 34/35, die in deze tot zijnen Procureur is aangesteld en dan ook als zoodanig voor hem in rechten zal occupeeren. En uitkrachte van een verlof den Requirant bij geregistreerde beschikking van den 8"> Juli jl., door meergemelde Rechtbank verleend, om zijne na te noemene Echtgenoote bij openbare dagvaarding op te roepen. Aan CORNELIA HERMENET, Echtgenoote van den Requirant, wier tegenwoordige ...
| |
|
| | Posted by: Willem Cornelis Gorissen
on Feb 29 2012 04:41 | Graan, aardappelen en suikerbieten zijn de belangrijkste gewassen in het Land van Cadzand, dat in 1845 nog bezongen wordt als de graanschuur van Nederland. Maar dan mislukt de graanoogst en ‘valt het kwaad in de aardappels’. De paar aardappelen die er nog zijn, worden geëxporteerd. Dat geeft ongeregeldheden en conflicten met de landarbeiders. Voor de landarbeiders is de aardappel het hoofdvoedsel, tarwe is onbetaalbaar. Structurele werkloosheid en zeer lage lonen zijn het gevolg. Ze drijven de mensen de armoede en misère in. De kerkelijke armenbesturen zijn onvoldoende in staat de nood van hun arme geloofsgenoten te lenigen, waartoe zij wel zijn verplicht. De notabelen van het volk zien de verarmde mensen als paupers,asociaal en lichamelijk onvolwaardig waar iets voor gedaan moet worden. Door honger en armoede gedreven ontstaan bendes die op hongertocht gaan. Ze dreigen de schuur in de brand te steken als de boer niet over de brug komt met voedsel of geld. Door de sociale onrust die ontstaat wordt West Zeeuws-Vlaanderen door de overheid als probleemgebied aangewezen. Het leger komt eraan te pas om het dreigende oproer te smoren. Gerard van de Velde, geboren op Cadzand in 1930, kent de geschiedenis van West Zeeuws-Vlaanderen goed: “Na 1840 stortte de hele zaak hier in. Het was verschrikkelijk. Het was overal in heel Nederland slecht. Aardappels waren het hoofdvoedsel en toen daar nog eens overheen de aardappelziekte kwam met twee jaren achtereen grote misoogsten was het helemaal verschrikkelijk. Er trokken bendes rond in onze streek op zoek naar voedsel en waar nog een paar aardappels in de grond zaten stalen ze die eruit. In de winter gingen ze naar de boerderijen op strooptocht. Na het oogsten lag de oogst op de zolders. Met een spies stieten ze gaten in de zolder lieten het graan er zo uitlopen en vingen het op in een zak. De mensen gingen plunderen van de honger. Door de armoede werd er in Sintepier, zo heette Nieuwvliet vroeger, een naai- en spinschool opgericht, ook in Groede en Sluis. Als je een bedelbrief moet schrijven naar de kerkvoogd, ben je toch wel erg afhankelijk van de kerk. Dan kan je toch eigenlijk niet meer vrij praten, want de boeren zaten overal in. Ze zaten in het kerkbestuur, in de diaconie en in het schoolbestuur. De crisis was zo groot in Cadzand waardoor vooral families met veel kinderen en jongeren uitweken”. Na 1850 gaat het de boeren weer goed. De landbouw leeft op, maar de enorme ongelijkheid tussen boeren en arbeiders groeit alleen maar verder. Kinderen die verweesd zijn worden via het armenbestuur ‘aanbesteed’ bij de boeren. De arbeiders profiteren in niets van de groeiende welvaart, worden opstandig en beginnen te staken. Oproer wordt met wapengekletter de kop ingedrukt. In die crisisperiode werft Brazilië actief families voor de opgerichte kolonies. Het werk van de Associação Central de Colonização heeft effect. De Antwerpse emigratiekantoren ontvangen voorlichting van het Braziliaanse consulaat. In de grote kranten van Europa verschijnen advertenties. Folders van de ACC zijn in omloop gebracht door het werfbureau en emigratieagentschap Beaucourt in Parijs. Dit bureau heeft het emigratiekantoor Steinmann & Co in Antwerpen gecontracteerd om voor haar in België en Holland families te werven. Ronselaars gaan rond met de propagandafolders. Behalve de folder van de ACC wordt met een uitgebreide wervingsfolder in het Portugees, Frans en Duits ook reclame gemaakt voor de particuliere kolonie Rio Novo in Espírito Santo. De folders worden in Europa verspreid door de emigratiekantoren Beaucourt in Parijs, Steinmann in Antwerpen, Paravicini in Zwitserland en de fa. Hansa in Hamburg. In de meest kleurige omschrijvingen worden daarin de grote voordelen uiteengezet om zich in de kolonie Rio Novo te komen vestigen.  Cereals, potatoes and sugar beet are the main crops in the Land of Cadzand, which in 1845 still sung as the granary of the Netherlands. But then fails the grain harvest and 'evil falls into the potatoes. The few potatoes are still there, are exported. That gives disturbances and conflicts with the farm workers. For the laborers potato is the staple food, wheat is priceless. Structural unemployment and low wages are the result. They drive the people into poverty and misery. The ecclesiastical arms control are not up to the needs of their poor fellow to alleviate, to which it had been required. The notables of the people see the impoverished people as paupers, antisocial and physically impaired where something must be done. Driven by hunger and poverty arise gangs go on hunger march. They threaten the barn on fire to stabbing if the farmer does not cross the bridge comes with food or money. By the social unrest that arises is West Zeeland by the government as a problem area. The army is coming to only to the impending riot to smother. Gerard van de Velde, born Cadzand in 1930, knows the history of West Zeeland well: "After 1840 plunged the whole thing here. It was terrible. It was everywhere in the Netherlands badly. Potatoes were the staple food and then take another over the potato came with two consecutive years major crop failure was completely awful. We went around gangs in our area in search of food and where a few potatoes in the soil samples were they that look. In winter they went to the farms to raid. After harvesting the crop was in the attics. With a spear smote them holes in the attic so let the corn sprout and caught it in a bag. The people were looting of hunger. The poverty was in St. Pier, that was Nieuwvliet earlier, a sewing and spinning school founded in Groede and Sluis. If you must write a begging letter to the prelate, you are still very dependent on the church. Then you do not really talk freely, because the peasants were everywhere. They sat in the church council, the parish and the school board. The crisis was so big in Cadzand affecting mainly families with many children and young people migrated ". After 1850 it is the farmers again. Agriculture is alive, but the vast inequalities between farmers and laborers grows even further. Children who are orphaned by the poor governance 'contracted' by the farmers. The workers benefit at all from the growing prosperity, are rebellious and begin to strike. Riot with saber rattling suppressed. In this period of crisis Brazil actively recruits families for established colonies. The work of the Associação Central Colonização has effect. The Antwerp emigration offices received information from the Brazilian consulate. The major newspapers of Europe ads appear. Leaflets of the ACC are put into circulation by the yard office and emigration agency Beaucourt in Paris. This agency has the emigration office Steinmann & Co. in Antwerp contracted for her in Belgium and Holland to recruit families. Recruiters go around with propaganda leaflets. Besides the brochure of the ACC with an extensive recruitment brochure in Portuguese, French and German also advertised the private colony Rio Novo in Espírito Santo. The leaflets are distributed in Europe by emigration offices Beaucourt in Paris, Steinmann in Antwerp, Paravicini in Switzerland and the firm Hansa Hamburg. In the most colorful descriptions containing the major benefits set to put themselves in the colony Rio Novo to get attention.  Les céréales, les pommes de terre et betteraves à sucre sont les principales cultures dans le Land de Cadzand, qui en 1845 encore chantée comme le grenier du Pays-Bas. Mais échoue, la récolte des céréales et du «mal tombe dans les pommes de terre. Les quelques pommes de terre sont toujours là, sont exportés. Cela donne des perturbations et des conflits avec les ouvriers agricoles. Pour la pomme de terre travailleurs est l'aliment de base, le blé est inestimable. Le chômage structurel et les bas salaires sont le résultat. Ils conduisent les gens dans la pauvreté et la misère. Le contrôle ecclésiastique bras ne sont pas à la hauteur des besoins de leur malheureux à soulager, à laquelle il avait été nécessaire. Les notables du peuple de voir les gens pauvres comme pauvres, antisociaux et ayant une déficience physique où quelque chose doit être fait. Poussé par la faim et la pauvreté posent les gangs aller sur la faim mars. Ils menacent la grange en feu à coups de couteau, si l'agriculteur ne pas traverser le pont vient avec de la nourriture ou de l'argent. Par le malaise social qui se pose est: West Zélande par le gouvernement comme un problème. L'armée est venue à seulement à l'émeute imminente d'étouffer. Gerard van de Velde, né Cadzand en 1930, connaît l'histoire de l'Ouest Zélande ainsi: «Après 1840, a plongé le tout ici. C'était terrible. Il était partout aux Pays-Bas mal. Les pommes de terre étaient l'aliment de base, puis prendre un autre au cours de la pomme de terre est venu avec deux années consécutives de mauvaises récoltes majeur était complètement horrible. Nous sommes allés dans des gangs dans notre région à la recherche de nourriture et où quelques pommes de terre dans les échantillons de sol étaient-ils ce regard. En hiver, ils sont allés à la ferme de raid. Après la récolte était dans les combles. Avec une lance, frappa leur trous dans le grenier alors laissez pousser le maïs et le saisit dans un sac. Les gens étaient pillage de la faim. La pauvreté était à Saint-Pier, qui était Nieuwvliet plus tôt, une école de couture et de filature fondée en Groede et Sluis. Si vous devez écrire une lettre demandant au prélat, vous êtes encore très dépendant de l'église. Ensuite, vous n'avez pas vraiment parler librement, parce que les paysans étaient partout. Ils étaient assis dans le conseil de l'église, la paroisse et le conseil scolaire. La crise a été si grand à Cadzand affectant principalement les familles avec beaucoup d'enfants et de jeunes ont émigré ". Après 1850, ce sont les agriculteurs nouveau. L'agriculture est en vie, mais les vastes inégalités entre les agriculteurs et les ouvriers pousse encore plus loin. Les enfants qui sont devenus orphelins à cause de la mauvaise gouvernance "contrat" par les agriculteurs. Les travailleurs bénéficient à tous de la prospérité croissante, sont rebelles et commencent à frapper. Riot avec le cliquetis des sabres supprimé. En cette période de crise brésilienne recrute activement des familles pour les colonies établies. Le travail de l'Associação Colonização centrale a un effet. Les bureaux d'émigration Anvers reçu des informations du consulat brésilien. Les principaux journaux d 'annonces apparaissent en Europe. Dépliants de l'ACC sont mis en circulation par le bureau de la cour et Beaucourt agence de l'émigration à Paris. Cette agence a pour l'émigration bureau Steinmann & Co. à Anvers contractée pour elle en Belgique et en Hollande pour recruter des familles. Les recruteurs se promener avec des tracts. En plus de la brochure de l'ACC avec une brochure de recrutement dans portugais, français et allemand a également annoncé la colonie privée de Rio Novo dans Espírito Santo. Les tracts sont distribués en Europe par l'émigration des bureaux à Paris, Beaucourt, Steinmann à Anvers, Paravicini en Suisse et à l'entreprise Hansa Hambourg. Dans les descriptions les plus colorés contenant les principaux avantages mis à se mettre dans la colonie de Rio Novo pour attirer l'attention. | |
|
|
|
|
| |
|  |  |