English
     
Premium family site
Welcome

Mijn naam is <Frans Regtop>, en ik ben begonnen met deze site met de intensie in onderzoek naar mijn roots en mijn intresse in gescheidenis en in de gewone mens in zijn of haar geschiedenis ,handelingen en beroepen in de loop der tijd en hun verhalen erachter en levenswandel door de tijd heenmede daar grote namen bekend zijn maar de gewone mens het ten uitvoering hebben gebracht maar eigenlijk nergens vermeld werden qua inzet,werk en aan de grondslag lagen

Frans Regtop

Family news
May 28, 2012

Eleanor (DeRyke) Null Heacock joined another family site: darwinkel Web Site
May 18, 2012

Christine Kunisch joined another family site: Eisenbarth
May 14, 2012

Christine Kunisch created a new family site: Christine Kunisch Web Site
May 10, 2012

Eleanor (DeRyke) Null Heacock joined another family site: Lingerfelt Web Site
May 02, 2012

Marjan kampmeijer joined another family site: De Vries Web Site
Apr 16, 2012

Christine Kunisch created a new family site: Gedcom Stamm Kunisch Web Site
Mar 20, 2012

Christine Kunisch created a new family site: Familienseite Kunisch / Hahn Web Site
Mar 13, 2012

Christine Kunisch joined another family site: Radecki Web Site
Mar 07, 2012

Frans Regtop joined another family site: Zwiep Web Site
Feb 24, 2012

Frans Regtop joined another family site: van der Sleen Web Site
Feb 20, 2012

Christine Kunisch joined another family site: Website van familie Retz enz.
Feb 16, 2012

Christine Kunisch joined another family site: Website van de families Heijsteeg & Voorboom
Feb 15, 2012

Frans Regtop joined another family site: Maria Paulina Baukje Poede ancestry Web Site
Feb 04, 2012

Marjan kampmeijer joined another family site: Edmonds Web Site
Jan 23, 2012

Frans Regtop published a new version of the Regtop - 2011-06-24 11-13-34 family tree from the Family Tree Builder.
Nov 12, 2011

Eleanor (DeRyke) Null Heacock updated her profile.
Sep 30, 2011

Marjan kampmeijer joined another family site: familie Cohen Rapoport
Sep 12, 2011

Marjan kampmeijer updated her profile.
Sep 04, 2011

Frans Regtop added 185 photos to Family photos album
View more
 
Play slideshow
 
Aug 10, 2011

erwin veldhuizen created a new family site: dummer - potiek Web Site
July 29, 2011

erwin veldhuizen created a new family site: dummer/potiek Web Site
July 26, 2011

erwin veldhuizen joined the site.
July 25, 2011

Christine Kunisch created a new family site: Krautwald Web Site
July 07, 2011

Marjan kampmeijer joined another family site: van Rijswijck Web Site
May 21, 2011

Frans Regtop added 8 photos to Family photos album
View more
 
Play slideshow
 
May 19, 2011

Frans Regtop posted a news article: fam stibbe
Frans Regtop added the photo Oma Grietje de Klein-Drijver to Family photos album
 
May 18, 2011

Frans Regtop added 2 photos to Family photos album
View album
 
Play slideshow
 
May 16, 2011

Frans Regtop added the photo Stijntje Jans Jagt to Family photos album
 
Eleanor (DeRyke) Null Heacock joined the site.
 
View older news
News articles
Other: De joodse gemeenschap
Posted by: Frans Regtop on May 19 2011 08:50

Het jaar 1847 was een glorieus moment voor de joodse gemeenschap in Kampen. Dat jaar (5607 in de joodse jaartelling) was de opening van de nieuwgebouwde sjoel, de eerste van een reeks in heel Nederland. Het gebouw was gevestigd op een prominente plek aan de IJssel, op Jeruzalem georiënteerd. Het had een zelfbewuste uitstraling als "Huis van gebed voor alle volken". Hier liet een minderheid zien Jood te willen zijn én Nederlander. De gemeenschap nam actief deel aan het economische en sociale leven van Kampen en wist zich tegelijkertijd deel van een verspreide joodse gemeenschap elders. De Nederlands

Het jaar 1847 was een glorieus moment voor de joodse gemeenschap in Kampen. Dat jaar (5607 in de joodse jaartelling) was de opening van de nieuwgebouwde sjoel, de eerste van een reeks in heel Nederland. Het gebouw was gevestigd op een prominente plek aan de IJssel, op Jeruzalem georiënteerd. Het had een zelfbewuste uitstraling als "Huis van gebed voor alle volken". Hier liet een minderheid zien Jood te willen zijn én Nederlander. De gemeenschap nam actief deel aan het economische en sociale leven van Kampen en wist zich tegelijkertijd deel van een verspreide joodse gemeenschap elders. De Nederlands Israëlitische gemeente groeide. In 1875 telde zij een kleine 500 leden, een flinke minderheid indertijd.

Van vervolging tot bevoorrechting

Al in het begin van de 14de eeuw waren joodse kooplui en geldschieters betrokken bij de economie in de stad. Zij waren waarschijnlijk afkomstig uit het Rijnland, maar bleven niet lang welkom. Godsdienstfanatici verweten de joden de pest en ander onheil te brengen en brachten hen om het leven (1349-1350). In memorboeken - waarin de martelaren en hun gemeenschappen werden herdacht - werd de herinnering aan de joden in de IJsselsteden bewaard. In de volgende eeuwen kwamen er sporadisch nog joden naar de stad. Onder Karel V kregen zij een woonverbod opgelegd en weken zij uit naar Midden- en Oost-Europa.

De vestiging van de Republiek bood kansen aan religieuze minderheden als de joden. De Unie van Utrecht (1579) verbood vervolging op grond van religie. In Oost-Nederland was Kampen in 1661 de eerste stad die joden uitnodigde om zich er te vestigen. Ook in de plannen om de economie van de stad omstreeks 1720 weer vlot te trekken was het kapitaal en het economisch vernuft van de joden meer dan welkom. Joden konden het klein- en grootburgerschap van de stad kopen. Men kreeg een begraafplaats toegewezen in het Venebolwerk. Aan het einde van de 18de eeuw werden de joodse "vreemdelingen" burgers van de Bataafse Republiek. Voortaan waren ze gelijkwaardig voor de Wet.

Betrokken bij de stad

Joden hebben een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid van de stad: aan de economische ontwikkeling, aan het culturele (vooral muzikale) leven en de stedelijke (liberale) politiek. Aanvankelijk lagen de economische bijdragen in de traditionele sfeer: als slager, veehandelaar, bankhouder of koopman van textiel, lompen en metalen. Later maakten joden ook deel uit van de hogere burgerij als fabrikant, arts, onderwijzer of journalist. Joodse ondernemers namen mede het initiatief tot de stichting van de Kamer van Koophandel, die onder andere een nieuwe handelskade liet aanleggen, het latere Van Heutszplein.

Een goed voorbeeld van de geëmancipeerde positie van de joodse Kampenaren vormt Salomon David Stibbe (1760-1840). Samen met zijn vrouw Hannah Jacobs was hij houder was van de Bank van Lening. Stibbe was lid was van het landelijke opperconsistorie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap en werd in 1813 gekozen tot volksvertegenwoordiger in het Departement van de IJssel. In Kampen was hij in 1822 oprichter van een school voor de joodse jeugd, waar zowel algemeen onderwijs werd gegeven als les in joodse cultuur en geschiedenis.

Na 1880 begon de economische neergang van Kampen zich af te tekenen en kromp de joodse gemeente sterk. Van de 252 leden in 1899 waren er in 1940 nog slechts 40 over. Een markante persoon uit deze jaren is Samuel Goudsmit (1884-1954). Hij stamde uit een arm, kinderrijk gezin, en groeide op in de schaduw van de Bovenkerk. Goudsmit debuteerde, intussen Amsterdammer, in 1904 als schrijver van verhalen en romans. In zijn bekendste boek, Jankef's jongste, geeft hij treffend de sfeer weer van het joodse leven in een kleine stad als Kampen, met het alledaagse antisemitisme van dien.

Weggevoerd

In 1947 moest de Nederlandsche Israëlitische Gemeente Kampen opgeheven worden verklaard. De gemeenschap was weggevaagd. De Duitse bezetter had al hun verworven rechten weer ontnomen. In november 1942 en april 1943 werd de joodse gemeenschap van Kampen naar concentratiekampen afgevoerd. Van de gedeporteerden keerde niemand terug. Het memorboek van de Tweede Wereldoorlog bevat 133 namen van in Kampen geboren joden: de oudste is Regiena Benjamins-Goudsmit (1853-1943), de jongste Beatrix Wilhelmina Druijff (1938-1943). Na de oorlog werd de synagoge verkocht en verbouwd tot een opslagruimte met grote garagedeuren. In de jaren zeventig groeide het besef dat het verkommerde gebouw een herbestemming diende te krijgen uit respect voor deze bevolkingsgroep. Nu is het een gemeentelijke expositieruimte. Een grote ronde steen op het gerestaureerde gebouw houdt de gedachtenis wakker aan de oorspronkelijke bestemming. Een permanente expositie op de herstelde damesgalerij roept de geschiedenis in herinnering van de joden die hier in vrede woonden en werkten en zo hun bijdrage leverden aan de bloei van de stad (naar Jeremia 29:7).

groeide. In 1875 telde zij een kleine 500 leden, een flinke minderheid indertijd.

Van vervolging tot bevoorrechting

Al in het begin van de 14de eeuw waren joodse kooplui en geldschieters betrokken bij de economie in de stad. Zij waren waarschijnlijk afkomstig uit het Rijnland, maar bleven niet lang welkom. Godsdienstfanatici verweten de joden de pest en ander onheil te brengen en brachten hen om het leven (1349-1350). In memorboeken - waarin de martelaren en hun gemeenschappen werden herdacht - werd de herinnering aan de joden in de IJsselsteden bewaard. In de volgende eeuwen kwamen er sporadisch nog joden naar de stad. Onder Karel V kregen zij een woonverbod opgelegd en weken zij uit naar Midden- en Oost-Europa.

De vestiging van de Republiek bood kansen aan religieuze minderheden als de joden. De Unie van Utrecht (1579) verbood vervolging op grond van religie. In Oost-Nederland was Kampen in 1661 de eerste stad die joden uitnodigde om zich er te vestigen. Ook in de plannen om de economie van de stad omstreeks 1720 weer vlot te trekken was het kapitaal en het economisch vernuft van de joden meer dan welkom. Joden konden het klein- en grootburgerschap van de stad kopen. Men kreeg een begraafplaats toegewezen in het Venebolwerk. Aan het einde van de 18de eeuw werden de joodse "vreemdelingen" burgers van de Bataafse Republiek. Voortaan waren ze gelijkwaardig voor de Wet.

Betrokken bij de stad

Joden hebben een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid van de stad: aan de economische ontwikkeling, aan het culturele (vooral muzikale) leven en de stedelijke (liberale) politiek. Aanvankelijk lagen de economische bijdragen in de traditionele sfeer: als slager, veehandelaar, bankhouder of koopman van textiel, lompen en metalen. Later maakten joden ook deel uit van de hogere burgerij als fabrikant, arts, onderwijzer of journalist. Joodse ondernemers namen mede het initiatief tot de stichting van de Kamer van Koophandel, die onder andere een nieuwe handelskade liet aanleggen, het latere Van Heutszplein.

Een goed voorbeeld van de geëmancipeerde positie van de joodse Kampenaren vormt Salomon David Stibbe (1760-1840). Samen met zijn vrouw Hannah Jacobs was hij houder was van de Bank van Lening. Stibbe was lid was van het landelijke opperconsistorie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap en werd in 1813 gekozen tot volksvertegenwoordiger in het Departement van de IJssel. In Kampen was hij in 1822 oprichter van een school voor de joodse jeugd, waar zowel algemeen onderwijs werd gegeven als les in joodse cultuur en geschiedenis.

Na 1880 begon de economische neergang van Kampen zich af te tekenen en kromp de joodse gemeente sterk. Van de 252 leden in 1899 waren er in 1940 nog slechts 40 over. Een markante persoon uit deze jaren is Samuel Goudsmit (1884-1954). Hij stamde uit een arm, kinderrijk gezin, en groeide op in de schaduw van de Bovenkerk. Goudsmit debuteerde, intussen Amsterdammer, in 1904 als schrijver van verhalen en romans. In zijn bekendste boek, Jankef's jongste, geeft hij treffend de sfeer weer van het joodse leven in een kleine stad als Kampen, met het alledaagse antisemitisme van dien.

Weggevoerd

In 1947 moest de Nederlandsche Israëlitische Gemeente Kampen opgeheven worden verklaard. De gemeenschap was weggevaagd. De Duitse bezetter had al hun verworven rechten weer ontnomen. In november 1942 en april 1943 werd de joodse gemeenschap van Kampen naar concentratiekampen afgevoerd. Van de gedeporteerden keerde niemand terug. Het memorboek van de Tweede Wereldoorlog bevat 133 namen van in Kampen geboren joden: de oudste is Regiena Benjamins-Goudsmit (1853-1943), de jongste Beatrix Wilhelmina Druijff (1938-1943). Na de oorlog werd de synagoge verkocht en verbouwd tot een opslagruimte met grote garagedeuren. In de jaren zeventig groeide het besef dat het verkommerde gebouw een herbestemming diende te krijgen uit respect voor deze bevolkingsgroep. Nu is het een gemeentelijke expositieruimte. Een grote ronde steen op het gerestaureerde gebouw houdt de gedachtenis wakker aan de oorspronkelijke bestemming. Een permanente expositie op de herstelde damesgalerij roept de geschiedenis in herinnering van de joden die hier in vrede woonden en werkten en zo hun bijdrage leverden aan de bloei van de stad (naar Jeremia 29:7).

0 Comments|2 Views|View full article

Local news:Kerk historie Noordwolde
Posted by: Frans Regtop on Nov 18 2010 07:59

Geschiedenis van de kerk van de Protestantse Gemeente te Noordwolde

Rond 1100
Tijdens grondwerkzaamheden bij de bouw van de straat "Het Rode Dorp" (1 km ten noorden van deze kerk), in 1920, vond men overblijfselen van een rond kerkhof, omgeven door een gracht uit de 10e eeuw, met daarop een eenvoudig tufstenen zaalkerkje van 7.20 m lang (ongeveer 1100).

Rond 1400
De Stellingwerven waren nogal onrustig in de Middeleeuwen. Zo streden Noordwoldigers samen met andere Stellingwervers o.a. in 1361 tegen de Utrechtse bisschop Jan van Arkel omdat ze weigerden belasting te betalen. De bisschop won en het leger plunderde en vernielde het dorp. Na de plundering verhuisden de bewoners naar de plek, waar nu de kerk staat. Rond 1400 bouwden ze daar een nieuwe kerk, bovenop het veen, volgens de huidige afmetingen.

1600 tot 1700
Eind 16e eeuw komen na de Reformatie de eerste predikanten naar Noordwolde. Ze worden snel weer afgezet, omdat ze in conflict komen met de gemeente. Dit wordt beter als in 1600 of 1601 Jodocus Hermanni de Vos vanuit Wolvega naar Noordwolde komt. Hij is predikant van Steggerda, Vinkega, Noordwolde en Boijl en woont in Noordwolde. Hij gaat in 1623 met emeritaat en wordt opgevolgd door ds. Henricus Horstenius. Deze predikant en zijn nazaten komen verschillende keren voor in de geschiedenis van onze kerk.
De beelden waren uit de kerk gehaald en de kerkdiensten werden gehouden in de voormalige RK kerk. Ds. Horstenius neemt in 1640 de leiding bij de herbouw van de kerk. De heer S. Algra schrijft in: "Rond de kerkrestauratie van Noordwolde (Fr.)" dat gezien de keuze van bouwmaterialen en het verwerken van veel uit de afbraak der vorige kerk, de tijdsomstandigheden niet bijster florissant waren". Het valt te betwijfelen of deze conclusie helemaal juist is. Weliswaar wordt de kerk herbouwd op de bestaande fundamenten en is de westgevel tot voet topgevel, de fundering contreforten en de trekbalken en gedeelte kap in west- en oosteinde gebruikt. Toch voegen ze er de mooi bewerkte preekstoel aan toe die in het koor komt te hangen. Dat duidt niet op armoede. En waarom goede dingen weggooien? Het laatste onderdeel uit 1400 is pas verwijderd tijdens het grootonderhoud dat deze kerk onderging gedurende de laatste 1 0 jaar. Het was toen voor een groot deel opgegeten door de Bonte Knaagkever.

Ds. Horstenius is ook medeondertekenaar van het contract (zie Avondmaalstafel) voor het graven van de Noordwoldervaart. Rijke kooplieden uit Amsterdam beleggen hier hun geld in grond om turf te steken. De grootste grondbezitter is Heuffs van Wijlandt. Zijn schoondochter Elisabeth Indischeraven is in 1685 in deze kerk begraven. In 1686 verkoopt hij zijn grond aan Willem Kennemer die in 1702 overlijdt en ook in de kerk.
wordt begraven. De kerk heeft er uitgezien zoals de heer Stellingwerf hem in 1724 tekent: zonder toren, met klokkenstoel.
(zie afbeelding).


Ds. Horstenius overlijdt in 1665 en wordt in zijn kerk begraven. Op de grafsteen is geschreven:
Anno 1665 den .... in de Heere ontslapen
D. Henricus Horstenius pastor in Noordwolde
..... omtrent 70 jaren en de leit alhier begraven”.

In 1727 worden Steggerda en Finkega zelfstandig. Noordwolde en Boijl gaan samen verder tot 1860.

19de eeuw
In het begin van deze eeuw heerst er grote armoede in Nederland. Om deze armoede te bestrijden richt Generaal van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op. Hij wilde verpauperde stadsbewoners een nieuw leven laten beginnen door ze, onder leiding, het boerenbedrijf te leren. Tot dat doel werd in de buurt van Vledder het landgoed "Westerbeeksloot" gekocht. De woeste grond wordt door de arme mensen, die tegen betaling zijn gestuurd naar hier, onder deskundige leiding gekoloniseerd. Zo ontstaan de koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. In de Velden rond Noordwolde komen mensen uit de kolonie terecht doordat:
1. Er mensen uit de kolonie werden gezet wegens wangedrag.
2. Er mensen waren die de kolonie verlieten vanwege de strenge tucht die daar heerste.
3. De kinderen van de kolonisten, wanneer ze achttien werden, buiten de kolonie werk moesten zoeken als er geen hoeve of ander werk voor hen beschikbaar was.
De gewezen kolonisten hebben zich in zowel woon- als werkwijze bij de veenarbeiders aangepast. Net als dezen bouwden zij een plaggenhut en verdienden de kost met seizoenarbeid in de landbouw en het veen, het vlechten van mandjes en later het werk in de rietvlechtindustrie.
Noordwolde kreeg in vrij snel tempo een flinke toename van de bevolking. Om een voorbeeld te geven: in 1850 had Noordwolde 2.457 inwoners en Wolvega 1.346. Vijftig jaar later respectievelijk 3.518 en 2.399. Men kan dus zeggen dat de steden in het westen van ons land, door hun armen tegen betaling naar de Maatschappij van Weldadigheid te sturen, de omliggende gemeenten met grote problemen opzadelden.
De grote toename van de bevolking betekende ook 1853-1966, met zijbeuk dat de kerk te klein werd. In 1853 besluiten de Floreenplichtigen een zijbeuk aan de kerk te bouwen. Boven de ingang van de zijvleugel wordt een steen ingemetseld die na de restauratie in 1964 onder de orgelgalerij wordt geplaatst. De preekstoel komt dan op zijn huidige plaats te hangen.

Ds. A. F. Eilerts de Haan 1860 - 1868
Als ds. A. F. Eilerts de Haan in 1860 naar de dan zelfstandige gemeente Noordwolde wordt beroepen is hij diep onder de indruk van de grote armoede in de plaggenhutten rondom Noordwolde. Hij is de eerste dominee in Noordwolde van de Moderne (vrijzinnige) richting. Hij besluit onderzoek te doen naar de oorzaken van de armoede en komt tot de conclusie dat de grondstof voor de mandjes schaars is en de winsten te klein zijn. Hij stelt voor om aan de in 1864 opgerichte naai- en breischool (die arme meisjes van heidebewoners kosteloos onderricht geeft in vrouwelijke handwerken) een werkschool te verbinden. Het lukt hem geld bijeen te brengen en zo kunnen ongeveer zeventig meisjes uit de armste gezinnen les krijgen in strovlechten, om hoeden en petten te maken. Omdat het gebied rijk is aan russchen en biezen zal ook de mattenvlechterij worden beoefend. In 1868 vertrekt ds. Eilerts de Haan.

Ds. H. Edema van der Tuuk 1869 -1879
De Floreenplichtingen zijn in deze jaren heel gelukkig in hun keuze van predikanten. In 1869 komt ds. H. Edema van der Tuuk. Hij is theologisch goed onderlegd, want nog in de tijd dat hij in Noordwolde is promoveert hij. Zijn dissertatie gaat over Johannes Bogerman, voorzitter van de Dordtse Synode in 1618. Daarnaast was hij een zeer praktische man. Evenals zijn voorganger heeft hij veel gedaan om de ellende van de arme heidebewoners te verlichten. Hij neemt het beheer van de industrieschool over. In 1869 of in 1870 ziet hij in een winkel op de Nieuwendijk te Amsterdam meubels van rietwerk, door Duitsers vervaardigd. Dit brengt hem op de gedachte (omdat het mandjes vlechten hier alom werd beoefend) om de fabricage van meubels in Noordwolde in te voeren. Van de medebestuurders van de school krijgt hij volledige vrijheid van handelen en de beschikking over beperkte geldmiddelen. Hij reist met L. Nieuwenhuis naar Duitsland om een bekwame leermeester te zoeken. In de stad Weener vindt hij zo'n vakman. Met hem gaat hij een contract aan: de Duitser zal een zeker aantal leerlingen bepaalde voorwerpen zo leren maken, dat zij zich verder zonder hulp kunnen redden. Om de zaak op gang te brengen heeft Van der Tuuk die enige tijd voor eigen rekening gedreven, met een paar werklieden in dienst. Hij is dan predikant / fabrikant en heeft patent.
De industrie ontplooit zich goed. Een artikel in het "Nieuw advertentieblad" (23-2-1895) spreekt van een industrie die tot bloei is gekomen. De jaarlijkse omzet varieert van f 50.000,- tot f. 80.000,-. In 1898 viert men twee dagen feest, als de stoelenindustrie 25 jaar bestaat. Ds. Van der Tuuk is eregast en wordt op grootse wijze onthaald. Hij heeft Noordwolde een nieuwe industrie gegeven waarin dan 125 mensen werkzaam zijn.
In de tijd dat ds. Van der Tuuk in Noordwolde is gaat het goed in de landbouw. De kerkvoogden krijgen hoge pachten binnen. Zo is er geld om van alles te vernieuwen. In 1868 wordt de (nu verkochte) pastorie gebouwd. Als de dubbele klokkenstoel bouwvallig wordt in 1874, vervangt men die door een toren op de kerk te bouwen.

Een gift van mejuffrouw Maria Kuyper, groot f. 1.000,- voor de bouw van een orgel in de kerk, doet de kerkvoogden besluiten de firma van Dam uit Leeuwarden opdracht te geven tot de bouw van het huidige orgel. De kerkvoogden moeten nog ongeveer f.3000,- bijpassen. Het orgel wordt gebouwd in de zijvleugel. Na de restauratie in 1964-1967 is het orgel verplaatst naar de huidige locatie. Alleen stond het toen achter de balustrade. Na de nu pas afgesloten restauratie is het orgel iets naar voren geplaatst zodat het weer in volle glorie is te bewonderen en te beluisteren. Maria Kuyper was de oudste dochter van ds. H. Kuyper, predikant van deze gemeente van 1797 tot 1839.
Als ds. Edema van der Tuuk in 1879 naar Kimswerd vertrekt is de gemeente voor die tijd goed geoutilleerd. De Floreenplichtigen hebben van de agrarische bloei geprofiteerd om de gebouwen op te knappen. Dat was maar goed ook, men zou er een hele tijd op moeten teren omdat de agrarische crisis al was begonnen.

Hoewel er ook een algemene economische crisis heerst, heeft de agrarische crisis de grootste impact op Friesland en deze regio die tot ongeveer 1900 aanhoudt. Vooral de hongerwinters in 1892 en 1893 veroorzaakten veel ellende. De seizoenarbeiders hoorden bij de slechts betaalden. Als de lonen steeds omlaag blijven gaan ontstaan er vaak spontane stakingsacties. Ook zijn deze arbeiders zeer ontvankelijk voor de boodschap van het socialisme met name zoals die door Domela Nieuwenhuis wordt verkondigd. De belangstelling voor de kerk neemt af. Dit blijkt o.a. Uit de lijst van stemgerechtigde manslidmaten uit 1905. De lijst bevat 190 namen terwijl in 1885 er nog 263 namen op die lijst stonden. De bevolking van Noordwolde is in diezelfde tijd met 555 personen toegenomen.

Ds. F. Reitsma 1903- 1911
Dit is de toestand als ds. Frits Reitsma zijn intrede doet in Noordwolde. Hij treft een verwaarloosde gemeente aan, waar de kerkelijke belangstelling afneemt. In eigen aantekeningen beschrijft hij de toestand in de heidehutten als "waar vuilheid, armoede en onwetendheid heerste". Hij probeert eveneens net als zijn voorgangers, de mensen eerst ontwikkeling en brood te geven om hen zo meer toegankelijk te maken voor het Evangelie. Hij was een religieus-socialist, pacifist en geheelonthouder. Veel heeft hij gedaan voor de ontwikkeling van de mensen door het catechisatie lokaal te laten uitbreiden en daar een bibliotheek te vestigen. Voor catechisatie en zondagsschool schafte hij veel platen aan.
Zijn gemeenteblad "Vergeet mij niet" was een van de eerste in ons land en ook een van de beste. Door mensen buiten de gemeente, die het blad ook lazen en het extra financieel steunden, kon elk gemeentelid het ontvangen. Het was zeer veelzijdig, van een kinderrubriek tot nieuwe modellen van rieten meubels toe. Zijn vriendschap met de plaatselijke huisarts dokter Mulder maakte dat ze samen veel voor het dorp konden bereiken. Op hun initiatief werd de Rietvlechtschool gesticht. In het Vlechtmuseum wordt veel aandacht besteed aan deze drie predikanten die ook veel voor het dorp hebben betekend.

Ondanks het vele werk van ds. Reitsma voor gemeente en dorp lukt het hem niet de onverschillige tot antikerkelijke houding van velen te veranderen.
Zijn opvolgers komen en gaan en verzuchten dat ze hopen dat hun opvolger in staat zal zijn deze gemeente kerkelijker te maken. Wat dat betreft loopt Noordwolde ruim 50 jaar vooruit op de landelijke trend.

Kerkrestauratie 1964-1967
Doel was eerst de kerk zo te herstellen dat ze weer te gebruiken was. Door de aanbouw waren een paar trekbalken weggehaald, waardoor de muren naar buiten afweken. Ook was de kerk aan het verzakken omdat het veen door ontwatering was ingedroogd. Toen men onderzoek deed bij de fundamenten ontdekte men dat de kerk veel ouder was dan men had gedacht. Men besluit de kerk terug te brengen naar de toestand zoals die in 1640 was. De fundamenten worden verstevigd met 30.000 stenen en de zijbeuk wordt verwijderd. De preekstoel plaatste men niet terug. De grafstenen die onder de vloer lagen worden ingemetseld in de vloer (er zijn er meer gevonden maar die waren zo kapot dat ze niet meer te gebruiken waren). Er wordt een grote in stukken gebroken granieten steen gevonden die ook wordt ingemetseld. Waarschijnlijk heeft deze laatste gediend als fundament voor het altaar.

Onder de orgelgalerij hangt een bord waarop in het verleden werd gemaand niet op de grond te spugen. Men had toen wat meer problemen met het Nederlands want als u dit leest, hoop ik dat u het bevel niet opvolgt.

Bij de gedenksteen uit de zijvleugel hangt ook het portret van Jan van den Berg (1851-1936). Hij was 70 jaar koster en klokluider van de kerk. Het kerkbestuur zette een mooie marmeren steen op zijn graf. Als u van het parkeerterrein naar de kerk loopt, ziet u deze grafsteen aan uw linkerhand. Het portret is geschilderd door Jan Bakker, destijds leraar aan de Rietvlechtschool.

In 2007 hebben Steggerda, Vinkega, De Hoeve en Noordwolde weer een
combinatie gevormd en hebben opnieuw dezelfde predikant die nu in Steggerda woont.

0 Comments|1 View|View full article

Media:Historie
Posted by: Frans Regtop on Nov 18 2010 07:24
Noordwolde werd voor het eerst vermeld in 1408. Met de naam Noordwolde wordt dan het gebied bedoeld dat ten noorden van het bosgebied (het woud) lag.
Vroeger bestond de omgeving uit heidevelden, venige laagten en verspreid staande boomgroepen. Op sommige plaatsen kon zich veel veen vormen. Dit veen (turf) was uitstekend geschikt als brandstof voor verwarming en om op te koken. Het afgraven van het veen zorgde voor veel werk in deze omgeving. Het hoogtepunt van de vervening vond plaats tussen 1650 en 1750. Er werden afvoerkanalen gegraven om het veen af te voeren. Zo werd in 1640 de Noordwolder Vaart en de Splittinge gegraven.
0 Comments|0 Views|View full article

Local news:De Tram
Posted by: Frans Regtop on Nov 18 2010 07:05
In 1914 wordt de tramlijn Steenwijk-Noordwolde-Oosterwolde geopend. Deze was voor Noordwolde en omgeving vooral van belang voor het transport van de rieten stoelen. In 1962 is de trambaan opgeheven. De loop langs de Nieuweweg is nog steeds zichtbaar in de vorm van een fietspad.
0 Comments|0 Views|View full article

Media:Geschiedenis
Posted by: Frans Regtop on Nov 18 2010 07:01

Wie de eerste bewoners waren in het gebied wat nu Noordwolde-Zuid heet is niet bekend. Vooralsnog moet aangenomen worden dat ten tijde van de vervening hier de eerste activiteiten hebben plaatsgevonden. Ongetwijfeld zullen hier toen ruim verspreid enkele vervenershutten hebben gestaan. Van activiteit of bewoning voor die tijd is tot op heden niets bekend. In het begin van de 19e eeuw komt hier verandering in. De komst van de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord heeft ook zijn uitstraling op deze streek, al was dit waarschijnlijk een negatieve. Er vestigden zich hier toen min of meer vaste bewoners. Veelal onder belabberde omstandigheden in plaggenhutten. De eerste stenen huizen worden pas in het begin van de 1900 gebouwd aan de Zuiderweg.

Rond 1820 werd er door de maatschappij van weldadigheid diverse landbouwkolonién gesticht om o.a een einde te maken aan de ontstane armoede door het wegvallen van de turfwinning. Frederiksoord, even ten zuiden van de gemeente Weststellingwerf, is er een van. In die koloniën werden voornamelijk verarmde stadsbewoners tewerkgesteld. De "kolonisten", welke zich door gedrag en werk hadden onderscheiden, mochten zich als vrije boer vestigen. Hun kinderen moesten, als zij trouwden of 20 jaar werden, de kolonie verlaten en voor zichzelf zorgen. Daar zij geen inkomen hadden en de Maatschappij van Weldadigheid zich niet meer om hen bekommerde, behoorden zij al spoedig tot de bedeelden. Een groot deel van deze mensen vestigde zich in de buurt van hun familie die inde kolonie woonde. Ook werden er soms mensen uit de kolonie gezet door geldgebrek. Net over de Drents-Friese grens lagen het Westerse en Oosterse veld vele ex kolonisten zochten daar een plek om te wonen. Vaak waren dergelijke woonplaatsen door geldgebrek plaggenhutten, die tot ver in de twintigste eeuw nog in gebruik waren.

Bron home.planet.nl/~gijss025/Geschiedenis.htm

0 Comments|1 View|View full article

Local news:rotan en pitriet industrie
Posted by: Frans Regtop on Nov 18 2010 06:48

Deze industrie ontstond bij toeval. De rotanindustrie ontstaat omstreeks 1825 wanneer een werkloze Duitse veenarbeider in de kost is bij een familie die men "De Pieren" noemt. Deze Duitser kan mandjes vlechten van in het wild groeiende wilgentenen. Hij leert De Pieren wilgenmandjes maken. De verkoop van deze mandjes leverde geld op. Al snel kijken anderen hun de kunst af.

In 1860 houden al zo'n tweehonderd gezinnen zich bezig met deze huisindustrie naast de al bestaande fabricage van heideboenders en bezems. Het is later in de 18e eeuw als ds. Hendrik Edema van der Tuuk het idee krijgt om in deze omgeving rieten stoelen te gaan maken. Hij krijgt dat idee in Amsterdam als hij voor een winkel staat waar uit Duitsland geïmporteerde stoelen worden verkocht. De materialen zijn hier voorhanden, ook werkkrachten zijn er in overvloed. Hij zoekt in Duitsland een leermeester die samen met zijn knecht naar Nederland komt. Zij leren in 1873 een aantal mandenmakers stoelenvlechten.

Met vallen en opstaan ontstaat zo de stoelenindustrie. Kleine ondernemingen met drie tot acht man personeel komen van de grond. Ook wordt er nog veel door "huisvlijt" gemaakt. Aan het einde van de 19e eeuw worden er in en rond Noordwolde zo'n 200.000 stoelen per jaar gemaakt. Om de kwaliteit te verbeteren wordt er in 1908 op initiatief van de toenmalige dokter Mulder en ds. Reitsma in het voormalige armhuis de Rietvlechtschool begonnen. In 1911 werd voor dit doel de Rietvlechtschool gebouwd aan de Hooftstraat Oost in Noordwolde. Door dit onderricht gaat de kwaliteit van de stoelenmakers omhoog. Er ontstaan grotere bedrijven, de stoelenindustrie is in deze omgeving een werkgever van formaat. Later in de 20e eeuw zal de productie dalen mede door het importeren van manoumeubelen uit lage lonen landen.


bron home.planet.nl/~gijss025/Geschiedenis.htm

0 Comments|4 Views|View full article
Tuesday, May 29 2012
May 2012
SMTWTFS
  12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031
Visits
0000868
 
Loading...
Loading...